• Bram Wissink

Hen en hun zijn hetzelfde: de verstopte onderdrukking van grammaticaregels

Updated: Jan 30


Je voert een gesprek met iemand die je net kent, en het begint erop te lijken dat jullie wel een klik hebben. Ze zijn aardig, en jullie kunnen goed praten over jullie gezamenlijke interesses. Maar dan zeg je het opeens: “Ja, maar wij zijn beter dan hun.” Bam. Je hoort de ander binnensmonds afkeurend “Zij” mompelen, en je merkt direct dat de interesse snel wegebt. Als dit scenario herkenbaar voor je is, wil ik in dit artikel graag uitleggen dat je in deze situatie niks fout gedaan hebt. Dit artikel is speciaal voor hen die “groter als” zeggen, en voor degenen die “van jouw” in hun appjes typen. Want er is niks mis met de “fouten” die daar gemaakt worden. Na het lezen hiervan zullen veel lezers meteen een fysieke reactie van walging voelen. Ook ik moet mezelf vaak tegenhouden met het verbeteren van taalfouten, maar toch verbeter ik mensen niet meer. De grammatica van de ene persoon is namelijk niet beter dan die van een ander.


Als we het op groter niveau zouden bekijken en bijvoorbeeld het Nederlands zouden vergelijken met het Engels, zou dat ook de conclusie zijn. Er is geen enkele fundamentele reden om te denken dat de ene taal beter is dan een andere taal, ze zijn alleen maar anders. Als we bijvoorbeeld zouden impliceren dat Europese talen beter zijn dan Aziatische talen, dan ziet iedereen het racisme van zo’n uitspraak direct. En zelfs als we dit binnen een taal bekijken zou je niet zeggen dat het Brabants dialect beter of slechter is dan het Achterhoeks (behalve uit regionale trots natuurlijk). Het Standaardnederlands, het Nederlands dat je op school leert als het “goede Nederlands”, wordt echter nog steeds als “beter” gezien. Vroeger was dit Standaardnederlands bekend als het ABN, het Algemeen Beschaafd Nederlands, maar deze term is vervallen omdat het zou suggereren dat als je ABN spreekt, je beschaafder bent dan iemand met een dialect. Toch wordt het Standaardnederlands nog steeds gezien als superieur aan de andere versies van het Nederlands. Waarom zou het Standaardnederlands (of ABN) dan wel beter zijn dan andere versies van het Nederlands?


De “officiële” taalregels zijn onder andere bedacht vanuit een wens om anderen uit te sluiten en te discrimineren, en zijn later overgenomen als de "goede" regels.

Talen zijn bijna nooit bedacht, met uitzondering van kunsttalen als het Esperanto of fictieve talen zoals het Dothraki uit Game of Thrones, maar op een natuurlijke manier ontstaan. Toch is er op een bepaald moment bedacht dat het Standaardnederlands de “goede” versie van het Nederlands is. Vanaf de zeventiende eeuw was er bijvoorbeeld een discussie aan de hand over of “groter als” of juist “groter dan” correct is. In 1884 werd in het Woordenboek van de Nederlandsche Taal (WNT) geschreven dat “beter dan” goed is, en “beter als” fout is in het Standaardnederlands, regels die wij nu nog steeds kennen. Ze schrijven alleen ook dat in de meeste dialecten “als” altijd gebruikt wordt. “Als” gebruiken in een ongelijke vergelijking in geschreven taal was, zoals het WNT het beschreef, “in strijd met den goeden smaak”, en dat terwijl het toch in gesproken taal in heel Nederland zo gebruikt werd. Er is zelfs wetenschappelijk gezien geen enkele reden dat het ene beter zou zijn dan het andere. Veel taalregels zijn willekeurig en verzonnen, zoals het verschil tussen “hun” en “hen”, en hadden net zo goed allemaal anders kunnen zijn. Waarom zou het WNT dan zeggen dat “groter als” fout is?


De tijd dat het WNT geschreven werd was een heel gekke tijd voor heel veel mensen. In de late 19e eeuw, de tijd waarin dit artikel over “groter als” werd geschreven, waren er namelijk opeens een heel stel mensen die rijk waren door opkomst van de middenklasse. Er waren door de industriële revolutie nieuwe manieren om geld te verdienen, waardoor er een stuk meer winkeliers, ambtenaren en ambachtslieden waren, die zich konden vergelijken met de oude elite. Om te laten zien dat zij nog wel echt de beste waren, ging het “oude geld” allemaal ingewikkelde dingen bedenken waaraan men kon zien of iemand bij hun clubje hoorde. Bepaalde sporten zoals hockey, golf en tennis werden heel populair, maar de nieuwe middenklasse die het kon betalen om mee te doen, mocht de regels niet weten. Een onderdeel van deze nieuwe regels die gebruikt werden door de oude elite om zich te onderscheiden van het nieuwe geld, en al helemaal van de (volgens de elite) vieze en arme fabrieksarbeiders die nooit op school hadden gezeten, waren de taalregels. Deze “officiële” taalregels zijn dus onder andere bedacht vanuit een wens om anderen uit te sluiten en te discrimineren, en daarmee het idee dat de elite “superieur” zou zijn te versterken, en zijn later overgenomen in het WNT als de “goede” regels.


Uit onderzoek blijkt dat zelfs “fout”-loos Standaardnederlands gesproken met een andere tongval al voldoende is om “fout” gevonden te worden.

Dit was allemaal 100 jaar geleden, dus je zou kunnen denken dat dit niet meer van toepassing is nu iedereen de officiële regels kan leren, maar dat klopt niet. De meeste taal leer je voor je naar school gaat, en je neemt dus de grammatica van je ouders over. Als je ouders in een dialect spreken, neem je dat dialect dus ook over, en is dat moeilijk af te leren. Kinderen die geboren zijn in een gezin waar de ouders thuis Standaardnederlands praten hebben dus meteen een voordeel op school, en ook later op de arbeidsmarkt, want als je bij je sollicitatiegesprek een taalfout maakt word je hier meteen op afgerekend, ook al is dat in je eigen dialect geen fout.


Met name kinderen van ouders met een migratieachtergrond ervaren hier grote nadelen door, want veel gemeenschappen van (voormalige) migranten in Nederland hebben hun eigen Nederlandse taalvariant. Deze taalvarianten klinken anders dan het Standaardnederlands, waardoor het meteen “fout” is volgens de meeste mensen. Uit onderzoek van taalwetenschapper Stef Grondelaers is gebleken dat zelfs “fout”-loos Standaardnederlands gesproken met een andere tongval al voldoende is om “fout” gevonden te worden. Door deze strenge, verwarrende, en willekeurige regels wordt systematisch racisme nageleefd. Dit zou je dus kunnen vergelijken met bepaalde ouderwetse schoonheidsidealen, waarbij een zo bleek mogelijke huid en blauwe ogen het mooist waren, die ook zonder per se racistisch te zijn toch systematisch racisme in stand houden.


Dit zegt absoluut niet dat iedereen die mensen verbetert op taalfouten discrimineert, of een racist is. Het is ons vanaf een heel jonge leeftijd aangeleerd wat “fout” en “goed” is, en dat de mensen die de “foute” dingen zeggen dom zijn. Dit is niet een fout van de grammar nazi’s, maar van het systeem dat dit tot stand heeft gebracht. In fictie praten domme karakters met een gek dialect waarin ze allerlei taalregels breken. Op school worden de door mensen bedachte taalregels geleerd alsof het vaste natuurwetten zijn; de aarde is rond, een plus een is twee, en je zegt beter dan, niet beter als. Zo leert iedereen van jongs af aan al dat als je een andere taalvariant hebt dan de “goede”, die direct afstamt van degene die als “correct” is bestempeld door de rijke mannen in de 19e eeuw, je minder waard bent dan degenen die de regels wel volgen. Mijn uiteindelijke hoop is uiteraard dat daar een grote verandering in komt, maar voor nu lijkt het mij een redelijke vraag aan jou, de lezer, om mensen niet te verbeteren als ze een keer “als” zeggen, terwijl het eigenlijk “dan” had moeten zijn.


Vanwege haar hulp met dit artikel wil ik graag prof. dr. Helen de Hoop bedanken. Ook wil ik graag de andere leden van BROODBUIS bedanken voor hun feedback en meedenkwerk voor dit artikel.


Bronnen:

Pierre Bourdieau: Sport and Social Class. in: Rethinking Popular Culture: Contempory Perspectives in Cultural Studies. 1991.

Helen de Hoop: De ene taal is niet beter als de andere. in: Diversiteit en discriminatie. Onderzoek naar processen van in- en uitsluiting. 2015.

Marijke Mooijaart: Waar komt het ABN vandaan? via: http://www.taalcanon.nl/vragen/waar-komt-het-abn-vandaan/

AA Weijnen: Het algemeen beschaafd Nederlands historisch beschouwd. 1974.\


Bram Wissink is student Geschiedenis aan de Radboud Universiteit en schrijft regelmatig stukken voor BROODBUIS. Volg hem op Twitter op @AbramAnton_


1,006 views

Recent Posts

See All