Streng immigratiebeleid hét wondermiddel voor links? Onzin!

Het Deense parlement
Het Deense parlement (beeld: Wikimedia Commons)
door:
Sibren van Hoeven
Nassreddin Taibi
4 minuten
leestijd

In de discussie over wat 'links' in Nederland is - of zou moeten zijn - wordt vaak verwezen naar de Deense Partij van de Arbeid, merken gastschrijvers Sibren van Hoeven en Nassreddin Taibi op. Het nationalisme en zeer strenge migratiebeleid zou de reden zijn dat links dáár regeert, en hier decimeert. Die dooddoener is de reinste onzin, zo stellen zij in dit artikel.

Elke zoveel weken is het weer zover: een publiek figuur wijst lovend naar de Deense PvdA, genaamd Socialdemokratiet. De partij is in het nabijgelegen land veruit de grootste, en sinds hun verkiezingsoverwinning in 2019 leveren ze de premier: Mette Frederiksen. Dit staat in schril contrast met de Nederlandse PvdA, die verschrompeld is tot zesde partij met slechts negen zetels. Het verhaal gaat dat het relatieve succes van de Deense sociaaldemocraten te verklaren is aan de hand van hun zeer strenge immigratiebeleid. Iets dat uniek is voor linkse partijen in Europa. Daarom schreeuwt er elke paar weken een opiniemaker of populistische politicus dat de Nederlandse PvdA simpelweg die lijn moet volgen wat betreft immigratiebeleid. Succes gegarandeerd, volgens hen; deze ene beleidskeuze zou de arbeiderspartij uit hun dieptepunt slepen.

Lilianne Ploumen werd er in de verkiezingscampagne bij Buitenhof en WNL over aan de tand gevoeld, en zelfs prominente PvdA’ers prijzen de Denen met enige regelmaat. Oud-minister Ronald Plasterk beweert dat door de Deense draai de Denen weer “trots zijn op hun land” en Jacques Monasch beschouwt het “Deense model” als een groot voorbeeld. Maar klopt dit wel?

"De Deense sociaal-democraten wonnen niet dankzij hun draai op migratie. Sterker nog, migratie speelde een marginale rol in de verkiezingen."

Recent verkiezingsonderzoek door Kasper Møller Hansen aan de Universiteit van Kopenhagen laat een ander verhaal zien. De Deense sociaal-democraten wonnen niet dankzij hun draai op migratie. Sterker nog, migratie speelde een marginale rol in de verkiezingen. Waar in de door de sociaaldemocraten verloren verkiezingen van 2015 de helft van de Denen aangaf migratie een belangrijk thema te vinden, was dat slechts 29% in de gewonnen verkiezingen van 2019. Onder de kiezers van de sociaaldemocraten - die dus zogenaamd voor die partij zouden stemmen om hun immigratiebeleid - werd migratie zelfs nóg onbelangrijker gevonden. Daarentegen voerden thema’s als gezondheidszorg, klimaat en sociaal beleid de boventoon.

Deense premier Mette Frederiksen (beeld: Wikimedia Commons)

Volgens Møller Hansen deed vooral de verkiezingsbelofte van Frederiksen over een eerdere pensioenleeftijd voor mensen met fysiek zwaar werk kiezers overlopen van de rechts-populistische Deense Volkspartij naar de sociaaldemocraten. Niet migratie. Verder heeft ook het hevige klimaatdebat ervoor gezorgd dat kiezers overliepen naar linksere partijen. Het resultaat is een meerderheid links van het midden, waardoor Frederiksen een sociaaldemocratisch minderheidskabinet kon vormen met gedoogsteun van linkse geallieerden.

Daarbij moet ook de sociaaldemocratische verkiezingsoverwinning genuanceerd worden; de partij ging er slechts één zetel vooruit en behaalde 25,9% van de stemmen. Dat is veel vergeleken met de Nederlandse PvdA die vijf keer zo klein is. Maar voor de Denen die resultaten dichtbij de 40% gewend zijn, is dit een van de slechtste verkiezingsuitslagen ooit. Terwijl de sociaaldemocraten kiezers van rechts haalden, verloren ze ook aantallen aan socialistische en sociaal-liberale partijen die niet meegingen in de strenge migratiekoers en hun zetelaantallen zagen verdubbelen.

"De les die Denemarken ons leert, is dat links wint als het de politieke agenda bepaalt."

Tenslotte kun je niet zomaar iets dat in Denemarken zou hebben gewerkt in Nederland reproduceren. De landen hebben een verschillende politieke cultuur. De Denen hebben een zogenaamde ‘blok-politiek’ waarin een kabinet óf over links óf over rechts wordt gevormd. Zo heeft de rechtspopulistische Deense Volkspartij vaak gedoogsteun geleverd, invloed gehad en politieke verantwoordelijkheid gedragen bij liberale kabinetten. Hierdoor is de partij medeverantwoordelijk voor bezuinigingen op de sociale zekerheid geweest: een andere reden waarom ze kiezers aan links verloren. Dit is anders dan de Nederlandse politiek waarin kabinetten vrijwel altijd vanuit het midden worden gevormd en partijen als PVV of FvD eeuwig tot de oppositiebanken gedoemd lijken.

We kunnen verder ingaan op de politieke gevolgen van de draai van de Deense sociaaldemocraten op het onderwerp migratie, hoe de partij voor het eerst in decennia het burgemeesterschap van de hoofdstad Kopenhagen dreigt te verliezen, of hoe de rechtse partijen nog een schepje bovenop hun anti-migratieplannen moeten doen om zich van de sociaaldemocraten te onderscheiden - wat dus het overton-venster naar rechts duwt. De kern blijft dat streng zijn op migratie niet hét wondermiddel is om de PvdA en Nederlands links weer te laten floreren, en dat de Denen hierin dus niet als argument gebruikt kunnen worden.

We zeggen overigens niet dat migratie geen enkele rol speelt in het relatieve succes van de Deense sociaaldemocraten ten opzichte van de Nederlandse, maar de les die Denemarken ons leert, is dat links wint als het de politieke agenda bepaalt. Als de thema’s gezondheidszorg, klimaat en sociaal beleid de boventoon voeren en links daar de leiding in neemt, en dat terwijl je de rechts-neoliberale ideeën van Wilders, Baudet en Eerdmans blootstelt voor wat ze zijn, en hoe ze de kiezer benadelen. Dat is voor Nederlands links de échte weg naar herstel en groei.

Geschreven door Sibren van Hoeven (@sibruh) en Nassreddin Taibi (@Nassreddin2002)