Refo-onderwijs en haar machtige elite

Wartburg College, Locatie Guido de Brès te Rotterdam
Wartburg College, Locatie Guido de Brès te Rotterdam (credit: Controlscope)
door:
Sander Van Der Kraan
8 minuten
leestijd

De laatste tijd komt het refo-onderwijs telkens in opspraak met bizarre incidenten. Maar volgens Sander van der Kraan - zelf oud-leerling van het Wartburg College, locatie Guido de Brès in Rotterdam - gaat het te weinig over de diepgewortelde machtsstructuren die deze scholen maken wat ze zijn.

Vrijdag deed een artikel van het NRC weer veel stof opwaaien over het reformatorisch onderwijs. In het artikel (‘School duwt kinderen ongevraagd uit de kast’) worden de meest ontluisterende situaties omschreven. Kinderen werden door het Gomarus in Gorinchem geforceerd om uit de kast te komen naar hun ouders, ondanks hun angst voor het oordeel van hun ouders en de haatdragende cultuur die op de school en binnen de reformatorische gemeenschap jegens LHBTI’ers heerst. Verschrikkelijk dus, en voor iemand die zelf op reformatorische scholen heeft gezeten - helaas - ook herkenbaar.

In november vorig jaar gebeurde er iets soortgelijks: minister van Onderwijs Arie Slob maakte een opmerking over de legaliteit van de identiteitsverklaringen van reformatorische scholen, waar dingen in staan over het afkeuren van ‘afwijkende levenswijzen’, waarmee onder andere verwezen wordt naar homoseksualiteit. Dat leidde tot heel veel kritiek en zelfs kamervragen. Eindelijk, aandacht voor deze problematiek.

De discriminerende en absurde benadering van het onderwerp ‘homoseksualiteit’ op refoscholen is een symptoom van een breder onderdrukkend systeem.

Die aandacht is hard nodig, maar het valt mij op dat het vooral over incidenten en specifieke onderwerpen gaat. De discriminerende en absurde benadering van het onderwerp ‘homoseksualiteit’ op refoscholen is een symptoom van een breder onderdrukkend systeem. Zo’n identiteitsverklaring is slechts één van de vele middelen in een arsenaal aan wapens om refoscholen - en daarmee de reformatorische gezindte - ideologisch zuiver te houden. Wat mij betreft zou het gesprek nu juist over dat ideologische framework moeten gaan, en de infrastructuur daarachter, als reactie op de specifieke incidenten die daarvan de uitkomst zijn.

De refo-elite

Wat vaak vergeten lijkt te worden is dat reformatorisch onderwijs één van de belangrijkste onderdelen is van de fundamentalistisch-christelijke subcultuur in Nederland. Dat is ook logisch, want het is hét middel om vanaf kinds af aan een ideologisch ravijn te scheppen tussen kinderen uit refogezinnen en de grote boze buitenwereld. Zo zet deze hele gemeenschap, en vooral de top van de refo-hiërarchie, zich onvermoeid in om hun onderwijs koste wat kost te bewaken tegen seculiere kritiek en ondermijning.

Landelijk zijn er talloze raden, commissies, instituten, scholen en kerken die zich keihard maken voor een zeer puriteinse interpretatie van het christelijk geloof. Die raden en commissies bestaan uitsluitend uit zeer bevindelijke en machtige mannen.

Die refo-hiërarchie is de kern van het probleem. Binnen de scholen, maar eigenlijk binnen de hele gemeenschap bestaat er een sterke machtsstructuur die alles in z’n greep heeft. Landelijk zijn er talloze raden, commissies, instituten, scholen en kerken die zich keihard maken voor een zeer puriteinse interpretatie van het christelijk geloof. Die raden en commissies bestaan uitsluitend uit zeer bevindelijke en machtige mannen. Je zou het de refo-elite kunnen noemen. Het is binnen de reformatorische gemeenschap dan ook heel gebruikelijk dat (financieel) succesvolle refo’s zich inzetten voor het verspreiden en bewaken van de ideologie. Het gevolg is een groep ondernemers en bestuurders die je telkens op ziet duiken in belangrijke commissies en raden.

Een voorbeeld van zo’n eliterefo is de steenrijke ondernemer Cor Verkade. Op zijn eigen website schrijft hij trots dat hij pandjesmelker is van “naar verluidt” een imperium aan studentenhuizen in Utrecht, maar hij is ook actief SGP’er, docent, bestuurder, spreker en geldschieter van bijvoorbeeld ‘Conservatief Café’. You get the gist, deze man zit in de haarvaten van alles wat reformatorisch is. Verkades naam dook zelfs op in een onderzoek van Follow the Money naar Forum voor Democratie. Verkade zou een belangrijke financier en zelfs de huisbaas zijn van Forum, en de partij zien als een ‘cultuurchristelijke’ partner van de SGP. Zo is Verkade betrokken bij politieke, economische en kerkelijke zaken om de orthodox-christelijke agenda te pushen met zijn vermogen en macht. Het schoolvoorbeeld van een eliterefo die de ideologische lijnen uitzet binnen commissies en raden door het hele land. Dat terwijl hij er zeer bedenkelijke ideeën op nahoudt. In FTM spreekt hij van een mogelijke “burgeroorlog” die uit zal breken als er nog meer islamitische mensen worden binnengelaten en in het boek Nieuwe Kruisvaarders schrijft Sander Rietveld dat Cor Verkade door de politie zelfs een tijdje als mogelijke verdachte werd gezien van de moord op Els Borst, omdat hij twee dagen voor de moord verregaande uitspraken over haar deed.

Naast schooldirecteur, bestuurder van het Wartburg College, oud SGP-voorzitter en oud-wethouder is hij ook nog eens voorzitter van de Raad van Toezicht van Adullam Gehandicaptenzorg.

Een andere bekende naam is Peter Zevenbergen. Zevenbergen is nu directeur op mijn oude middelbare school en stond daar altijd al bekend als de meest strenge en fundamentalistische docent en bestuurder. Hij is naast schooldirecteur ook een tijdje partijvoorzitter van de SGP geweest, maar heeft die functie terug moeten geven nadat hij in het nieuws kwam met een wachtgeldschandaal. Hij had tussen 2006 en 2019 tienduizenden euro’s aan wachtgeld opgestreken van de gemeente Alblasserdam - waar hij een tijd wethouder was- terwijl hij ondertussen gewoon royaal verdiende als bestuurder. Naast schooldirecteur, bestuurder van het Wartburg College, oud SGP-voorzitter en oud-wethouder is hij ook nog eens voorzitter van de Raad van Toezicht van Adullam Gehandicaptenzorg. Een eliterefo pur sang, dus.

Indoctrinatie

Zo zijn er nog meer machtige en rijke mannen op te noemen die samen die kliek vormen waar ik eerder naar verwees. Zij zitten allemaal in de belangrijkste bestuursorganen van de reformatorische gezindte, waaronder dus de besturen van scholen met duizenden leerlingen. Hun doel is om ervoor te zorgen dat deze scholen ideologisch gezien in het gareel gehouden worden, want met die scholen wordt misschien wel de belangrijkste culturele impact bewerkstelligd: de indoctrinatie van duizenden kinderen per jaar. Het overleven van de hele reformatorische subcultuur is hiervan afhankelijk, daar zijn deze heren zich ook van bewust.

Kinderen worden op reformatorische scholen op allerlei verschillende manieren klaargestoomd om ideologisch weerbaar te zijn binnen de seculiere maatschappij. Zo worden ze vanaf jonge leeftijd (ik was 11) volgestopt met antiwetenschappelijke theorieën over de leeftijd van de aarde, over het ontstaan van de mens en over homoseksualiteit. Maar dat niet alleen, tijdens verplichte lessen apologetiek worden de meest overtuigende ‘seculiere’ argumenten over seksualiteit, abortus, voltooid leven en basale natuurkunde behandeld, om de kinderen vervolgens de beste ontkrachting van die argumenten te leren zodat ze die kunnen toepassen zodra hun geloof wordt bevraagd door een niet-gelovige uitdager. De ideologische muur die hiermee wordt opgetuigd is dik, zo dik dat deze op latere leeftijd bijna niet meer te doorbreken is. Het bouwen van zo’n alternatieve realiteit in de hoofden van jonge kinderen dient maar één doel: het voortbestaan van reformatorisch gedachtegoed en het in stand houden van de machtsstructuren die daaromheen gevormd zijn.

Mensen ‘van buitenaf’ mogen absoluut niet infiltreren en worden ook actief geweerd.

Deze ideologische zuiverheid kan alleen gewaarborgd worden dankzij die rigide refo-hiërarchie. Vanuit de besturen en identiteitscommissies worden verschillende middelen ingezet, die bijna allemaal gestoeld zijn op discriminatie. Mensen ‘van buitenaf’ mogen absoluut niet infiltreren en worden ook actief geweerd. Dit geldt voor zowel docenten als scholieren. In de praktijk komt het erop neer dat sollicitanten en aangemelde leerlingen en hun ouders worden onderworpen aan een strikte purity-test door een bevindelijke toelatingscommissie. Er worden dan vragen gesteld over je al dan niet trouwe kerkbezoek, of je dochter een (voldoende lange) rok draagt en wat je mening is over ‘afwijkende levenswijzen’ zoals homoseksualiteit. Op basis van de antwoorden daarop worden docenten en scholieren wel of niet aangenomen op de refoschool in kwestie. De identiteitsverklaring waar in november ophef over was is slechts een formaliteit in dat proces, waar het echt om gaat is het discriminerende toelatingsbeleid op basis van diezelfde (mondelinge) identiteitsopvattingen.

Angst

Dankzij dit strikte, zo niet sektarische beleid heerst er op refoscholen een diepe angstcultuur. Wie af dreigt te wijken, moet dat komen verantwoorden voor onverbiddelijke commissies, of voor het bestuur. Van de consequenties die daarbij horen zijn voorbeelden te over. Tijdens mijn middelbare schoolperiode werden er verschillende docenten de laan uitgestuurd omdat ze zich aansloten bij een ander kerkgemeenschap dan de vijf of zes toegestane kerkgemeenschappen. Je kunt dan natuurlijk in beroep gaan, maar zodra je door de bestuursleden afgedankt bent zal men er alles aan doen om de sfeer onwerkbaar te maken. Je moet opdoeken, je bent ongewenst dankzij je ideologische achtergrond. Ook al ben je zeer geliefd en heb je al 20 jaar met veel plezier je werk gedaan, zoals in het geval van een gymdocente op mijn school.

Dit zijn dan alleen nog de gevallen waarin er na een publiekelijk conflict overgegaan wordt op officieel ontslag, maar in verreweg de meeste gevallen wordt dit achter gesloten deuren afgehandeld. Zo kan ik nog wel drie of vier docenten opnoemen die tijdens mijn schooltijd zonder enige expliciete verklaring verdwenen en vervangen werden. Als je geluk had kwam je er later via roddels achter waarom je mentor ineens met de noorderzon vertrokken was. De reden dat directies en besturen dit zo makkelijk kunnen flikken is omdat de sociale consequenties van een publiekelijk ontslag binnen de reformatorische gemeenschap desastreus kunnen zijn voor de docent in kwestie. Zo staan docenten dus onder zeer hoge druk om die ideologische zuiverheid te bewaren, en de maatstaven van die zuiverheid worden bepaald door mannen als Cor Verkade en Peter Zevenbergen. Binnen de hiërarchie antwoordt ieder poppetje uiteindelijk aan de hoogste commissies, volledig bestaande uit dergelijke eliterefo’s.

Voor docenten gaat het niet alleen om hun persoonlijke opvattingen, ze worden ook aangespoord om afwijkend gedrag van leerlingen te signaleren zodat ze tijdig kunnen worden bijgestuurd. Dit houdt in dat zodra een kind ideologisch af lijkt te dwalen, of bijvoorbeeld homo lijkt te zijn, daarover wordt gesproken met andere docenten, leidinggevenden en ouders. Ik ondervond dit zelf toen ik in de nasleep van de scheiding van mijn ouders niet meer meeging naar de kerk. Een docent bij mij op school die in de kerkenraad die kerk zat, stelde een andere docent op de hoogte en ik moest erover op gesprek komen.

De ideologische ontwikkeling van jonge kinderen wordt zo van zeer dichtbij in de gaten gehouden. Er heerst een heftige surveillancecultuur, en ik ervaarde dat destijds als bedreigend. Ik had het gevoel dat mijn keuze om niet naar de kerk te gaan op ieder moment gespreksonderwerp zou kunnen worden en dat ik nog meer kritische vragenvuren van bezorgde, doch dwingende, docenten zou moeten ondergaan. Zo moet dit voor iedere ‘afwijkende’ jongere voelen op deze scholen, en dat is ongezond. In mijn geval was het dan vooral ideologisch, maar stel je voor dat je qua identiteit of gevoel afwijkt van de gestelde norm. Het gevolg is buitensluiting, eenzaamheid, onbegrip, depressie en in uiterste gevallen zelfs zelfmoord.

Dankzij die angstcultuur valt afwijkend gedrag erg op en kan het vrijwel direct gecorrigeerd worden. Als dit niet lukt, wordt er onverbiddelijk gehandhaafd.

Het probleem is diep structureel. Er is een hele infrastructuur gebouwd om de ideologische zuiverheid te waarborgen. Dingen als identiteitsverklaringen of extreme uitspattingen van docenten zijn een symptoom van een bizarre cultuur die in stand gehouden wordt door een strikte hiërarchie vanuit mannelijke opperrefo’s die samen een landelijk netwerk vormen. Dankzij die angstcultuur valt afwijkend gedrag erg op en kan het vrijwel direct gecorrigeerd worden. Als dit niet lukt, wordt er onverbiddelijk gehandhaafd. Dit gaat verder dan alleen onderwerpen als homoseksualiteit: het surveillancegevoel nestelt zich in ieder kind. Des te meer als ze zelf niet het gevoel hebben dat ze cultureel aansluiten bij de school. Het is mentaal slopend, je voelt je alleen en buitengesloten, er is geen ruimte voor jouw opvattingen en denkwijze. Het is zo enorm schadelijk voor kinderen en het blokkeert hun academische, maatschappelijke en soms zelfs persoonlijke ontwikkeling.

Precies om deze reden ben ik persoonlijk van mening dat dit probleem niet opgelost kan worden met symptoombestrijding. Het verbieden van identiteitsverklaringen gaat absoluut niets veranderen, en het op de vingers tikken van de Gomarus ook niet. Het probleem zit zo diep dat de enige oplossing gevonden kan worden in het volledig stoppen met de subsidiëring van religieus onderwijs. Het is überhaupt absurd dat dit soort discriminatoire en schadelijke onderwijsinstellingen betaald worden met gemeenschapsgeld. Het is van de zotte dat de staat zo’n enorme bijdrage levert aan het belangrijkste middel van fundamentalistische refo’s om duizenden jongeren per jaar te indoctrineren met vervreemdend gedachtegoed. Een herziening van Artikel 23 is broodnodig. Schrap zo snel mogelijk de subsidie en zet de inspectie er bovenop.

Sander van der Kraan (@sander_tweets) schrijft en creëert voor BROODBUIS.