Libertad para Cuba, maar van wie?

Graffiti in Havana
Graffiti in Havana
door:
Deion Kuijpers
Boyd Angenent
4 minuten
leestijd

Volle straten in Havana vorige week: boze demonstranten trokken in grote getalen de Cubaanse hoofdstad in. Zijn ze het communistische regime zat, of is het probleem toch echt de sancties van de Verenigde Staten? Zo simpel zit het niet, zeggen Deion en Boyd. Ze zetten hun kijk hierop uiteen.

De straten van Havana liepen vol de afgelopen week. Honderden, zo niet duizenden Cubanen, eisen verandering. Leuzen als “vrijheid” en “stop de dictatuur” gaan rond. Er zijn grote tekorten aan voedsel, medicijnen en andere basisbenodigdheden bovenop het groeiend aantal Corona-besmettingen in het land. Deze combinatie aan factoren bracht een publieke woede met zich mee die in decennia niet meer is gezien op het eiland.

Zoals de leuzen al laten zien, richt een groot deel van de woede zich op de Cubaanse regering. Dit is deels terecht, het land bukt al decennia onder een vorm van dictatuur. Alhoewel de bevolking tot op zekere hoogte wordt betrokken bij lokale politiek is er geen persvrijheid, weinig ruimte tot kritiek op het regime, en zijn de verkiezingen verre van/niet zuiver. De macht ligt in handen van een kleine groep oudgedienden binnen de communistische partij. Dit is echter niet het hele verhaal. Een andere grote boosdoener komt namelijk van buitenaf: het internationale isolement waar Cuba al decennia onder gebukt gaat. Met name de blokkade die de Verenigde Staten al sinds de revolutie in 1960 hanteert.

Deze blokkade, doorgezet onder elke President tot nu toe, en aangescherpt onder President Trump, verergert de al bestaande honger, armoede, en zwakke economie van het kleine Caribische land. De motivatie achter deze blokkade is diepgeworteld in de imperialistische agenda van de Verenigde Staten. Cuba was namelijk vanwege haar ligging en economisch potentieel al in de 19de eeuw een belangrijk doelwit voor Amerika. Door de bloeiende suikerindustrie in Cuba was het land een ideale plek voor veel bedrijven om er te investeren, waardoor het in die eeuw al een belangrijke handelspartner van Amerika werd.

Om hun invloed in Cuba uit te breiden en hun interesses te beschermen ondernam de Verenigde Staten stappen om de controle over Cuba over te nemen van de gevestigde koloniale macht Spanje. In 1898 verloor Spanje bijna de controle over Cuba aan onafhankelijkheidsstrijders, maar Amerika greep in en verklaarde Spanje de oorlog. Na een half jaar werd het verdrag van Parijs getekend, waarin de Verenigde Staten de gebieden Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen van Spanje overnam. De Amerikaanse bezetting van Cuba duurde vier jaar, en werd beëindigd toen Amerikaans staatsburger Tomás Estrada Palma de Cubaanse verkiezingen won. Hiermee verzekerde de Verenigde Staten zich van controle over Cuba en kon het een groot deel van de Cubaanse economie overnemen.

In de jaren 50’ onderhield de Verenigde Staten ook goede relaties met de toenmalige Cubaanse dictator Fulgencio Batista. Maar nadat Fidel Castro met zijn troepen de macht overnam veranderde de situatie al snel. In Mei 1959 voerde Castro’s kersverse regime grote hervormingen door in de landbouw waarin de hoeveelheid land dat bezit mocht worden beperkt werd. Deze hervormingen raakte vooral het land van Amerikaanse bedrijven en de Cubaanse elite. Het afgenomen land werd vervolgens verdeeld over een deel van de bevolking dat daarna aan het werk ging als boer. Ook nationaliseerde het land in 1960 alle buitenlandse eigendommen en bood het compensatie aan de eigenaren naar eigen waarderingen van de waarde van de bezittingen. Naar aanleiding van deze hervormingen begon de Verenigde Staten een economische oorlog tegen Cuba. Wat al stapsgewijs was begonnen in 1960, werd in 62’ een totale blokkade door middel van “Proclamation 3447”.

Hoewel de koude oorlog al lang is afgelopen, blijft de Verenigde Staten Cuba zwaar onder druk zetten met economische sancties. In de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 23 juni 2021 stemden 184 landen voor het 29ste jaar (!) op rij voor het stopzetten van de economische blokkade van de VS tegen Cuba; de enige landen die tegen stemden waren de VS en Israël. Toch worden er nog steeds sancties opgelegd, zoals de in april 2019 ingevoerde sanctie op olietransport tussen Cuba en haar belangrijkste bondgenoot Venezuela. Hierdoor ontstond een ernstig tekort aan benzine op het eiland, slechts 30% van de vraag kon bevoorraad worden. Dit maakte landbouw voor de meeste boeren onmogelijk, waardoor de prijzen van voedsel hard stegen. Ook heeft het Coronavirus een enorme impact gehad in het land. Hoewel ze in 2020 nog geprezen werden voor hun aanpak van het Coronavirus, lopen de besmettingen nu erg hard op. De druk op de zorg in het land is erg hoog, mede door het tekort aan medicijnen en beademingsapparatuur wat bijna onmogelijk is om te krijgen door de Amerikaanse blokkade.    

Toegegeven: Cuba heeft meer problemen dan alleen de blokkade. Zoals eerder vernoemd is onderdrukking van bovenaf nog altijd de norm. Echter verergert de blokkade elk probleem waar Cuba mee te maken heeft. De Amerikaanse argwaan, en de sancties die hieruit voortkomen, zijn volledig politiek gedreven en staan ver af van wat zij zeggen te doen: de Cubaanse bevolking helpen. Als President Biden zegt daadwerkelijk achter de Cubaanse bevolking te staan, zou zijn eerste actie moeten zijn om de al decennialang durende economische oorlogsvoering te beëindigen.

Deion Kuijpers en Boyd Angenent zijn studenten European Studies aan de Haagse Hogeschool. Boyd verdiept zich graag in (inter)nationale politiek en geschiedenis. Deion houdt zich vooral bezig met de muziekindustrie, de ontwikkeling van het grote geld in sport en de rol die social media speelt in het huidige politieke landschap.