Het meeste racisme is per ongeluk (en waarom mij dat geen barst kan schelen)

Een foto van een demonstratie tegen Racisme
door:
Vincent G
10 minuten
leestijd

Het is mij opgevallen dat bijna niemand die ik racistische dingen zie doen of zeggen zichzelf racist noemt. Ik heb het hier niet over de mensen die dondersgoed weten wat ze zeggen en welke impact het heeft, niet over de Wildersen en de Van Langenhovens van deze wereld. Ik heb het over die tante die zich aan tafel op het familiefeest afvraagt waar die heisa rond Zwarte Piet nu eigenlijk over gaat (‘hij is toch zwart van de schoorsteen?’). Over die vriend die af en toe het n-woord gebruikt, maar alleen als er geen zwarte mensen bij zijn (‘om ze niet te kwetsen, snap je?’). Ze zijn niet bewust racistisch, maar zeggen en doen door hun onbegrip wel eens iets racistisch.

Wat is racisme?

Laten we beginnen bij het begin: wat is de definitie van racisme?
Volgens het woordenboek Merriam-Webster (2021) is racisme “Het geloof dat ras een fundamentele determinant is van menselijke kenmerken en capaciteiten en dat raciale verschillen een inherente superioriteit betekenen van een specifiek ras (…) alsook de gedragingen en attitudes die dit geloof reflecteren of bevorderen; discriminatie op basis van ras of vooroordelen.”  Dat is een veel te lange zin. Wat staat hier nu eigenlijk?

Racisme is:

  • geloven dat ras (wat enkel fysieke kenmerken zijn) fundamenteel belangrijk is in de gedragingen of capaciteiten van een persoon. Dit insinueert dat er kwalitatief onderscheid te maken is tussen rassen en je ze dus kan rangschikken.
  • alles wat dit geloof reflecteert of bevordert.

Het eerste deel leunt waarschijnlijk nauw aan bij de definitie die de meeste mensen gebruiken. Het is een narratief dat erg goed past in de neoliberale wereld van persoonlijke verantwoordelijkheid: ‘mensen zijn over het algemeen niet racistisch, maar je hebt nog enkele “slechte” individuen die gewoon denken dat mensen van kleur minderwaardig zijn. Gelukkig ben ik niet zo.’ Die opvatting is niet helemaal fout: er zijn inderdaad nog personen die expliciet denken beter te zijn dan mensen met een andere huidskleur, maar dat is pas de eerste helft van de definitie. Alle handelingen die dit geloof reflecteren of bevorderen (lees: niet tegenwerken) zijn ook racistisch. Dat maakt racisme als concept een stuk breder: dan is niet alleen het gezin dat vraagt voor een witte poetshulp racistisch omdat ze geen mensen van kleur vertrouwen in hun huis, maar ook het poetsbedrijf dat deze wensen inwilligt (Een blanke poetsvrouw..., 2015). Het bedrijf wantrouwt zijn werknemers van kleur niet, maar wil gewoon de klant tevreden houden.

Toen racisme nog heel gewoon was

Wanneer we het hebben over racisme, is het moeilijk om het niet te hebben over het slavernijverleden van vele Westerse landen. Waarom slavernij en racisme iets met elkaar te maken hebben, hoef ik hopelijk niet uit te leggen, maar voor de zekerheid: als je gelooft dat groepen mensen “minder menselijk” zijn dan jij en dus ook niet dezelfde vrijheden mogen genieten, valt dat vrij stevig binnen de meest gangbare definitie van racisme. Nadat slavernij op de meeste plaatsen werd afgeschaft, veranderde dat niet veel aan hoe zwarte mensen behandeld werden. In 1958 werden Congolezen in België nog met bananen bekogeld in ’human zoos’ (Vanclooster, 2018). Andere Congolezen werden meegenomen uit hun dorpen, hier ‘geciviliseerd’ en vervolgens weer teruggestuurd. Als ze dan hun geciviliseerde mond open deden, werden ze evengoed gereduceerd tot dwangarbeiders (Hulsens, 2019). Kort na de onafhankelijkheid van Congo werd zelfs hun eerste democratisch verkozen eerste minister vermoord door België en tot op de dag van vandaag weet niemand precies waarom (Vanderschoot, 2018).

Niet alleen België, ook Nederland kon er wat van. Relatief recent kwamen er drie oud-officieren als getuigen naar voren die in 1977 betrokken waren bij de treinkaping door Molukkers bij De Punt . Zij onthulden dat hen verteld was dat het niet de bedoeling was dat de kapers de bevrijding zouden overleven. Zodoende werden de gijzelnemers niet opgepakt, maar ter plaatse geëxecuteerd.

‘Zie je wel? Die dingen zijn er misschien ooit wel geweest, maar we hebben ze afgeschaft! Zwarte mensen zie je niet meer tentoongesteld in de zoo, slaven kopen op Curaçao kan ook al een tijdje niet meer en de moord op Lumumba is ook weer even geleden.’

Klopt, maar het loont om even na te denken over waarom al deze dingen (en dit is pas het topje van de ijsberg) in de eerste plaats gebeurd zijn . Waarom verrichten mensen deze gruweldaden? Waarom deed Jan met de pet er niets tegen? Maar belangrijker nog dan de waaromvraag: zijn de factoren die tot deze gruweldaden leidden plotseling verdwenen of leven ze nog altijd verder binnen onze maatschappij? De eerste vraag ga ik trachten te beantwoorden in het volgende deel, maar de laatste laat ik aan de lezer over.

Hoe loont racisme?

Het beleid (lees: de slavernij) in de kolonies heeft veel economische voordelen gehad voor onder andere België en Nederland. Door plaatselijke, natuurlijke rijkdommen te exploiteren en exporteren, groeide het kapitaal van de koloniserende landen significant - allemaal ten koste van de plaatselijke bevolking. Hoe kan het dat er op zulke schaal winst boven mensenlevens geplaatst werden? Wel, in een kapitalistisch systeem is winst de belangrijkste drijfveer. Als je je werknemers minder betaalt voor meer of hetzelfde werk, hou je meer winst over voor jezelf. Binnen dit systeem is dwangarbeid is dus het meest winstgevende arbeidsmodel, aangezien loonkosten daarbij niet bestaan. In onze huidige maatschappij kan je echter niet gewoon eender wie dwingen tot arbeid, maar stel je voor dat de heersende opvatting is dat een bepaalde groep mensen minderwaardig is en dus minder rechten verdient? Deze groep kan in die situatie wél gedwongen worden tot onbetaalde arbeid. Racisme wordt zo, net als alles wat winstgevend is, aangemoedigd door ons economisch systeem.

De vraag rijst hoe dit samengaat met Artikel 10 en Artikel 1 van respectievelijk de Belgische en Nederlandse Grondwet, waarin staat dat iedereen gelijk is voor de wet. Het is dan goed om te onthouden dat legaliteit niet hetzelfde is als moraliteit. Tegen het opzetten van een lekker muziekje in de refter van je werk valt moreel weinig in te brengen, maar als je dit doet zonder SABAM of Buma/Stemra te betalen kan je hier serieus voor beboet worden. Vanaf de andere kant bezien is het wettelijk perfect toegelaten is om meerdere huizen te bezitten en leeg te laten staan, terwijl er ondertussen mensen op straat moeten leven. Moreel gezien zijn daar toch enkele problemen mee, maar daar gaan we in  een ander artikel dieper op in. Daarnaast klopt het dat voor de wet iedereen gelijk is, maar de mensen die de wet interpreteren, uitvoeren of controleren zijn mensen. En mensen zijn feilbaar. Zelfs als we ‘iedereen is gelijk voor de wet’ respecteren als tegenargument, verandert het niets aan onze dagelijkse realiteit.  Dat de wet verandert, betekent niet dat de mores dat ook doet. De eerder genoemde moord op Lumumba was slechts 60 jaar geleden. Mijn grootmoeder leefde toen al. Sterker nog: ze was jongvolwassen en had dus al veel van haar meest vormende jaren achter zich. Ze had, bij wijze van spreken, in ‘58 een van de mensen kunnen zijn die de Congolezen bekogelden met bananen in de zoo. De eerste zwarte persoon (Ruby Bridges) die in de VS naar een witte school mocht gaan wordt dit jaar 67 (Michals, 2015). Er staan nog altijd standbeelden recht in naam van Leopold II, de hoofdverantwoordelijke voor het Belgische schrikbewind in Congo. Onze ouders zijn rechtstreekse nakomelingen van die mensen. Onze ouders zijn opgevoed in dat klimaat. Onze ouders hebben jarenlang niets anders geweten. Onze ouders hebben hier voordeel uit gehaald, gekeken hoe anderskleurigen en hun gewoonten ‘grappig’, ‘barbaars’ of gewoon ‘raar’ waren.

Nu wil ik natuurlijk niet zeggen dat al onze (groot)ouders daarom bewust mensen van kleur haten. Ik wil duidelijk maken dat die ideeën, de heersende opvattingen van toen, mee hebben gevormd wie zij geworden zijn en dat die gevoelens op de achtergrond nog altijd kunnen meespelen. Die gevoelens van wantrouwen of angst wanneer je plots alleen in de lift staat met een grote, zwarte man. Die gedachte die door je hoofd schiet over wie je fiets misschien heeft gestolen. Ik heb het over zulke vooroordelen. Die gevoelens en gedachten verdwijnen niet uit zichzelf, maar kosten tijd en moeite om te deconstrueren. Dit lange, moeilijke en soms zelfs pijnlijke proces gebeurt niet wanneer de algemene opvatting is dat racisme enkel in stand wordt gehouden door een klein groepje enkelingen, in plaats van het te behandelen als een langdurige maatschappelijke trend waar bijna iedereen aan bijdraagt. De maatschappij waarin je leeft vormt mee jouw ideeën en opvattingen. Ideeën die je belangrijk vindt worden onderdeel van wie je bent. Wanneer deze ideeën worden bedreigd, voelt dit zelfs als een persoonlijke aanval (Kaplan, Gimbel, Harris; 2016). E.g.: “Natuurlijk heeft zwarte Piet niks te maken met racisme, het is gewoon traditie!”

Structureel racisme is per ongeluk, maar dat maakt niks uit

Wanneer racisme ingebakken zit in het socio-economische systeem, gebruiken we de sociologische term structureel racisme. Wetten en procedures die dat systeem mee vormgeven worden opgesteld door mensen. Zoals reeds besproken zijn mensen geen puur rationele robots, maar feilbare wezens met eigen ideeën en opvattingen die mee gekleurd worden door de maatschappij. Als die maatschappij ingebakken racistische ideeën bevat zal dit gereflecteerd worden in de wetten. Soms lijkt een wet, regel of procedure neutraal, maar benadelen ze in werkelijkheid vooral mensen van kleur. De insteek en taal is neutraal, maar het resultaat niet.

Dit is best ingewikkelde materie, dus laat ik het even duidelijk maken met een voorbeeld:

In Vlaanderen moet je in verschillende scholen je hoofddoek afzetten wanneer je de school binnengaat, aangezien de schoolreglementen vaak hoofddeksels verbieden. Je zou kunnen zeggen dat deze regel neutraal is, aangezien niemand een hoofddeksel mag dragen. De kans is zeer groot dat de regel zelfs al bestond jaren voor de eerste moslimmeisjes daar naar school wilden gaan. De impact hiervan valt echter vooral op mensen voor wie de hoofddoek een belangrijk religieus symbool is. Voor hen is het geforceerd afzetten van de hoofddoek een aanval op wie ze zijn en hun vrijheid van geloofsbelijdenis. Aangezien moslims in België en Nederland voornamelijk mensen van kleur zijn, is deze regel dus in de praktijk racistisch, zonder dat het daadwerkelijk zo geformuleerd is.

Niet alle voorbeelden zijn zo opvallend als het hoofddoekenverbod in scholen of het zwartepietendebat. Ik kan niet op twee handen tellen hoe vaak mensen vragen waar ik écht vandaan kom, mensen ongevraagd aan de haren van mijn zus zitten of jongedames die tegen mij zeiden dat ze nooit met mij zouden kunnen thuiskomen door wat hun vader zou zeggen. Oké, dat laatste kan ik wel op twee handen tellen, maar die keren waren niet uitzonderlijk. Deze mensen deden dit niet om mij of mijn zus te kwetsen of uitgesloten te doen voelen, maar hun intentie verandert weinig aan het resultaat. Wanneer je mensen hierop aanspreekt schieten ze vaak in de verdediging: ze zijn gewoon nieuwsgierig en bedoelen het echt niet zo. Dat is een eerlijk antwoord, maar verandert niets aan wat er net gebeurd is en leidt ons weg van het originele onderwerp. In plaats van dat we het over de impact van dit onbewuste racisme hebben, praten we over hoe vervelend het is om racistisch genoemd te worden. Dit is nefast voor de originele discussie en vertraagt sociale vooruitgang. Dit blijkt met name het geval wanneer er anti-racistische acties worden opgezet zoals tegen Zwarte Piet en mensen die zichzelf niet racistisch vinden het toch erg moeilijk vinden om deze acties te steunen, omdat ‘het niet racistisch bedoeld is.’ Dit verschijnsel is niet nieuw. In 1963 schreef Martin Luther King Jr er dit over:

(…) I have almost reached the regrettable conclusion that the Negro's great stumbling block in his stride toward freedom is not the White Citizen's Counciler or the Ku Klux Klanner, but the white moderate, who is more devoted to "order" than to justice; who prefers a negative peace which is the absence of tension to a positive peace which is the presence of justice; who constantly says: "I agree with you in the goal you seek, but I cannot agree with your methods of direct action". (…) Shallow understanding from people of good will is more frustrating than absolute misunderstanding from people of ill will. Lukewarm acceptance is much more bewildering than outright rejection.”

Hoe stop ik met hieraan bij te dragen?

De situaties die ik daarnet beschreven heb worden microaggressions genoemd en worden eigenlijk door bijna iedereen gedaan naar allerlei verschillende groepen. Aangezien ze deel uitmaken van hoe we met elkaar omgaan, lijkt het ook niet zo gemakkelijk om ermee te stoppen. In mijn opzicht is het echter wellicht simpeler dan je denkt. Mijn voorgestelde oplossing bestaat uit twee delen:

  • Luister wanneer iemand je ergens op aanspreekt. Het maakt niet uit als je het al eerder hebt gedaan en er geen commentaar op kreeg - nu krijg je wel commentaar en dat komt ergens vandaan. Probeer te begrijpen wat en waarom diegene dit zegt en met wat geluk neemt het respect dat je al hebt voor anderen het vanaf daar over.
  • Je bewust zijn van welke vooroordelen je mogelijk al hebt, helpt enorm in het begrijpen van je eigen gedachten en handelingen. Het is oké om te zeggen: ‘ik weet eigenlijk niet waarom ik dat denk, kan het geïnternaliseerd racisme zijn?’ Het leidt zo de aandacht niet af naar nodeloze discussies over intenties, maar houdt de aandacht op het hier en nu.

Ik verwacht niet dat iedereen plots stopt met fouten maken, maar ik wil aanzetten om er uit te leren. Het is een proces dat iedereen moet doorgaan en waar nog talloze mensen meer moeite mee gaan hebben. Bewust zijn van dit proces en het toelaten dat het gebeurt zijn volgens mij de belangrijkste stappen naar een betere, meer inclusieve samenleving.

Nawoord

Alles in dit artikel (behalve de voorbeelden natuurlijk) geldt ook voor seksisme, homofobie, transfobie, queerfobie en een hele resem andere –ismes en -fobieën. Ik heb mijn best gedaan om de argumenten waar mogelijk zo algemeen mogelijk te houden en om “politiek correcte codewoorden” te vermijden. Stiekem wilde ik ook white privilege nog bespreken, maar dit artikel was al veel te lang. Dat wordt een topic voor een andere keer.

Dit artikel werd geschreven met een focus op racisme op zwarte mensen. Andere mensen van kleur hebben allemaal andere geschiedenissen en ervaringen met racisme. “Mensen van kleur” is een hele grote en diverse groep waarbinnen er uiteraard ook racisme voorkomt. Dit artikel gaat daar niet over, maar focust op mijn ervaringen als persoon van kleur in een witte omgeving.

Bronnen

S., A. (2015, 23 februari). Blanke poetsvrouw? Bij 2 op de 3 dienstenchequebedrijven kan het. De Morgen. Geraadpleegd van https://www.demorgen.be

Hulsens, E. (2019, 20 januari). Sakala: van pronk-n-woord tot rebel. Geraadpleegd op 19 januari 2021, via https://www.dewereldmorgen.be/community/sakala-van-pronk-n-woord-tot-rebel/

Kaplan, J., Gimbel, S. & Harris, S. Neural correlates of maintaining one’s political beliefs in the face of counterevidence. Sci Rep 6, 39589 (2016). https://doi.org/10.1038/srep39589

King, M. L. (1994). Letter from the Birmingham jail. San Francisco: Harper San Francisco

Merriam Webster. (2020). Racism. Geraadpleegd op 19 januari 2021, via https://www.merriam-webster.com/dictionary/racism

Michals, D. (2015). Ruby Bridges. Geraadpleegd op 19 januari 2021, via https://www.womenshistory.org/education-resources/biographies/ruby-bridges

Vanclooster, L. (2018, 17 april). 60 jaar Expo 58: hoe stelden wij toen Congo voor? Via https://www.vrt.be

Vanderschoot, K. (2021, 17 januari). 60 jaar geleden werd Patrice Lumumba vermoord, zijn dochter: “Hebben recht om waarheid te kennen”. Via https://www.vrt.be