Column: Een paardenmiddel tegen Amsterdamse ratten

Een muis die uit een container klimt
Bron: Adam Davis op freeimages
door:
Herre de Bondt
3 minuten
leestijd

VVD Amsterdam wil ratten gaan bestrijden met luchtbuksen. Dat is door de ratten besnuffeld, vindt antropoloog Herre de Bondt: het is onwetenschappelijk, overduidelijk populistisch en bijzonder dieronvriendelijk.

Als linkse rat stonden mijn social media feeds in de weken voor de verkiezingen vol met NooitMeerRutte, maar deze week leek het erop dat de VVD reageerde met een eigen NooitMeerRatten campagne. Maandag meldde AT5 dat VVD-fractievoorzitter Daan Wijnants wil dat de gemeente luchtbuksen inzet tegen de Amsterdamse rattenpopulatie die volgens velen de spuigaten uitloopt.

Ik zou mezelf nooit identificeren als fan van de VVD en ben het dan ook meer dan regelmatig oneens met de plannen die ze op tafel leggen, maar dit plan spant voor mij echt de kroon. Als antropoloog die zich bezig houdt met mens-dierrelaties kan ik met zekerheid zeggen dat dit paardenmiddel niet alleen getuigt van een compleet onbegrip van de situatie, maar het daar bovenop ook nog eens bol staat van antropocentrisme met een vleugje populisme.

In 2009 werd al aangetoond dat stedelijke rattenpopulaties opmerkelijk veerkrachtig zijn en dat, als je van ze af wil zijn, je ofwel álle ratten zou moeten vermoorden, ofwel er voor zou moeten zorgen dat ze simpelweg geen eten of onderdak meer hebben. Met dat laatste heeft de VVD inmiddels wel ervaring als het op mensen aankomt, maar ratten besparen ze liever spoeduitzettingen en toeslagenaffaires.

Luchtbuksen zijn pas effectief als ze de volledige Amsterdamse rattenpopulatie uitroeien

In plaats daarvan zien ze eerder heil in het inzetten van luchtbuksen die, zoals eerder aangehaald, pas effectief zijn als ze de volledige Amsterdamse rattenpopulatie uit weten te roeien. Hoewel jagers buiten de stad met relatief gemak rat na rat om het leven kunnen helpen, maakt de stedelijke jungle het onmogelijk om genoeg ratten dood te schieten. Ratten leven in riolen, onder huizen, in tunnels, tussen muren en onder stoepen.  Zelfs als er wordt geïnvesteerd in camera’s, nachtkijkers en de nieuwste luchtbuksen lijkt het me sterk dat er ooit bewapende GGD-medewerkers tijgerend door rattentunnels zullen kruipen.

Uiteraard overdrijf ik hier, maar dit plan staat pal tegenover het huidige beleid, dat gericht is op het verminderen van voedsel en schuilmogelijkheden waardoor het draagvlak verminderd wordt en de rattenpopulatie afneemt. Hoewel deze aanpak niet de snelste noch de ‘hardste’ is, is het wetenschappelijk aangetoond effectief, goedkoper en relatief diervriendelijk. Toch wil de VVD-fractievoorzitter weg van deze objectief superieure aanpak, omdat het in zijn ogen “te soft” is.

Het negeren van experts hoort me niet te verbazen bij de VVD

Het betrekken van ratten voor eigen politieke doeleinden komt op mij vooral over als een populistische kreet om goodwill te kweken: wie is er immers nou vóór ratten? De VVD heeft al laten zien dat ze graag schreeuwen om een “harde” aanpak en het gebruik van sterke beeldspraak doet ook denken aan andere voorbeelden van dit gedachtegoed: het anti-liberale drugsbeleid, het “aanpakken” van krakers tijdens een woningcrisis en de mensenrechten-negerende vluchtelingenplannen. Net zoals het ‘afschieten’ van ratten berusten deze plannen op retoriek van daadkracht die makkelijk tot de verbeelding spreekt en ongetwijfeld goed valt. Het rattenplan is beledigend voor experts die zich dagelijks bezighouden met de beheersing van de Amsterdamse rattenpopulatie, maar ook het negeren van experts hoort me niet te verbazen als we denken aan hoe de VVD selectief naar experts luistert rondom kernenergie en strafrecht.

Door de rat neer te zetten als iets wat niet in de stad hoort, benadruk je het idee dat de stad een plek is waar dieren niet thuis horen; dat de samenleving en natuur gescheiden zijn. Het geloof in deze tweedeling is niet alleen achterhaald, maar enorm schadelijk: het zet ons als mens namelijk neer als de machtige van de twee die óf de natuur mag uitbuiten voor onze doeleinden, óf die onze macht moet inzetten om de natuur te ‘redden’ (van ons eigen toedoen). In beide situaties heeft de mens vrij spel om door te gaan met de wereldwijde roofbouw die al decennia zorgt voor een ernstige afname in biodiversiteit en de klimaatramp waar we ons in bevinden. Misschien is de mate van gastvrijheid van een luchtbukskogel ook niet zozeer waar ik me tegen verzet, maar is het het onderliggende idee wat deze instelling faciliteert wat mij verkeerd valt.

Want oké, het vergaan van de wereld speelt zich allemaal ver af van Amsterdamse ratten en luchtbuksdragende GGD-soldaten, maar de anti-rattenmentaliteit geeft aan hoe we krampachtig vasthouden aan het achterhaalde en schadelijke idee dat we als mens recht hebben om alles naar eigen inzien in te delen. Pas als we accepteren dat we de stad niet voor onszelf hebben en beseffen dat niks ‘maakbaar’ is, zijn we echt van het rattenprobleem af.

Herre de Bondt heeft een research master in Urban Studies afgerond aan de Universiteit van Amsterdam en is nu PhD-student antropologie aan de University of Roehampton. Hij verdiept zich in stedelijke dier-mensconflicten en heeft zich onder andere bezig gehouden met de situatie rondom Amsterdamse ratten.